Het is nu precies een maand dat ik lesgeef. En het voelt alsof ik al een jaar voor de klas sta; het is waar dat je er snel helemaal ‘in zit’. Vind ik ‘t leuk? Vaak wel, niet altijd. Het hangt erg af van de leerling die ik voor me heb. Zo’n twee à drie keer per week heb ik een vriendelijke man tegenover me zitten, die echt héél erg uit z’n mond stinkt. Niet een beetje, het hele lokaal meurt! Ik zet altijd het raam open en ga niet te dicht bij hem zitten, maar dan nog duren twee of drie uur láng! Dan is er een vrouw die al een triljoen lessen heeft gehad en nog steeds (bijna) geen woord Nederlands kan uitbrengen. Ze zet dapper door en geeft duizenden euro’s uit aan lessen (had ze heerlijk maanden van door Australië kunnen trekken, beter besteed in haar geval). Ze is overigens tien jaar jonger, maar hier in België gaat alles erg formeel. Ik noem iedereen ‘mevrouw’ of ‘meneer’ en zeg altijd ‘u’. Ook al is iemand pas 20 jaar oud. Dat voelde eerst heel gek, maar nu weet ik niet beter.
Ook grappig om te merken dat al die Franstaligen dezelfde fouten maken. ‘Omdat ik wil het niet’, de ‘t’ achter een werkwoord niet uitspreken, de letter ‘h’ niet uitspreken, behalve als ‘t níet moet (zo wordt er altijd een mix gemaakt van ‘ik eet’ en ‘ik heet’). Minder grappig vind ik ‘t dat ik deze fouten soms ook al bespeur bij Mara (3). Ik moet méér Nederlandse boekjes met haar lezen, méér met haar kletsen, vaker met haar naar Nederland gaan. Ze moet natuurlijk niet haar Nederlands vergeten!
Permalink
2 Reacties
Vanmiddag hebben Benjamin en ik mijn ouders op de trein in Maastricht gezet. Ze waren ons - en vooral hun kleindochters - een paar dagen komen opzoeken. Het weer was natuurlijk fantastisch, dus we hebben buiten op terrasjes kunnen zitten enzovoort. Gisteren wilde mijn moeder, ondanks het mooie weer, een museum bezoeken. Mijn vader had geen zin, dus gingen mams en ik met z’n tweeën. Naar het Musée de l’Art Wallon. We waren de enige twee bezoekers in het hele museum (afgezien van een stuk of tien suppoosten die zich te pletter verveelden, vermoed ik). De enige Waalse kunstenaar die ik bleek te kennen, is Magritte. Verder zei ‘t me allemaal niks, maar ik ben inmiddels ‘fan’ van de schilder Robert Alonzi. Hij had een superleuk schilderij hangen, met als titel ‘Papa et maman’ (nergens te vinden op internet, helaas).
Nog een tip voor het museum: vertaling van de bijschriftjes in het Engels/Nederlands graag. Als Luik een toeristische trekpleister wil worden, mag ‘t wel ietsje internationaler. En: graag wat bankjes hier en daar in het museum, zodat je af en toe even een ‘break’ kunt nemen en rustig alle Waalse kunst op je kunt laten inwerken ; )
Permalink
3 Reacties
Gisteravond bracht ik door in het gezelschap van Nederlandstaligen. Zo’n dertien Vlamingen en zeven Nederlanders. De oprichter van het Waals Weekblad had mij uitgenodigd om eens mee te gaan naar een avond van De Orde van den Prince, een Vlaams-Nederlands genootschap voor taal en cultuur. Ik werd allerhartelijkst ontvangen door een bont gezelschap, leeftijden variërend van eind dertig tot een jaar of 70 (gok ik…). Allereerst werd er een lezing gegeven door professor Jos Wilmots over de Nederlandse spreekwoorden in de schilderijen van Pieter Breughel. Was heel leuk, alleen jammer dat de beamer niet werkte en we met 20 man naar het schermpje van een laptop moesten turen : ) Best lastig als het om details in een schilderij gaat ; )
Daarna gegeten en gekletst en toen bleek weer eens hoe klein de wereld is. De man links van mij zat op dezelfde lagere school als ik en de eigenaar van het Waals Weekblad blijkt in de straat te hebben gewoond waar ik ben opgegroeid. Maf hoor.
Het was een leuke avond; fijn om met ’soortgenoten’ te kunnen praten die in ‘hetzelfde schuitje’ zitten als jij: als Nederlandstalige in Wallonië wonen!
Permalink
1 Reactie
Het is goed dat ik jullie nu niet hoef te spreken, want ik heb na gisteravond geen stem meer. Ben en ik hadden een diner met zijn bedrijf, wat betekent dat ik de avond moest doorbrengen met zo’n 500 it’ers plus aanhang. Daar keek ik niet echt naar uit, maar gezien het feit dat we ’s ochtends om 5 uur thuiskwamen, blijkt dat ‘t toch best gezellig was. Het begint altijd een beetje stroef, dit soort dingen, maar nadat iedereen een paar wijntjes op heeft, wordt ‘t lachen. We zaten aan tafel met 10 man, Ben en ik kwamen (uiteraard) als laatste binnen gerend. Volgens de etiquette moet je ‘man/vrouw/man/vrouw’ zitten en het viel mij op dat er twee mannen naast elkaar zaten. Dat flapte ik er natuurlijk meteen uit, maar het was een getrouwd homostel. Fijne binnenkomer weer. Het diner begon met het in Wallonië onvermijdelijke foie gras, wat ik niet wil eten (daar heb je weer zo’n zeikerige Hollander) en toen mijn buurvrouw mij vroeg waarom niet, zei ik ‘c’est torture!’. Grote ogen vol onbegrip. Dat het in Nederland verboden is foie gras te produceren, snapt geen enkele Waal. Uiteindelijk heb ik toch lekker gegeten terwijl er een wat sjofel uitziende goochelaar op een podium bezig was met duiven uit voorwerpen te toveren en assistentes te laten verdwijnen. Het viel me op dat ik de gesprekken aan tafel redelijk goed kon volgen en ik heb ook best wat in ‘t Frans in de groep gegooid. Na het eten was er een band en gingen de voetjes van de vloer. Ben was helemaal in the mood en heeft vandaag de prijs betaald. Hij had barstende koppijn, last van z’n maag en heeft de hele dag niet veel gezegd. Maar gezellig dat ‘t was : )
Permalink
Geen Reacties
Laatst was ik heel erg verkouden, daarna kreeg ik rechts keelpijn en nu heb ik rechts een verstopte neus en een tranend oog. Alles zit dus rechts en dat schijnt op een bacteriële infectie te wijzen. Ik zal morgen even bij de huisarts langsgaan. In Amsterdam was een bezoek aan de huisarts plannen een crime. Mijn arts had geen inloopspreekuur, je kon alleen op afspraak komen. Daarvoor moest je bellen, maar ‘t was negen van de tien keer in gesprek. Als je er dan eindelijk doorheen kwam, had je De Assistente aan de lijn. En daar kwam je niet zomaar langs, neeeeeee. Die wilde weten wat je klacht was en vaak zei ze: ‘Kijk ‘t nog maar even aan en als ‘t niet beter wordt, kun je nog even bellen’. Als je doorzeurde, mocht je misschien wel langskomen om de échte dokter te zien. Drie dagen later.
Hier is ‘t veel makkelijker. Je hebt geen vaste huisarts, je gaat gewoon naar een arts die op dat moment spreekuur heeft. Je hoeft nooit te bellen, je gaat er gewoon naartoe. Het is doorlopend inloopspreekuur, super makkelijk dus. Ideetje voor Nederland? Ook zijn ze hier heel makkelijk met medicijnen voorschrijven (voor Nederlandse begrippen té makkelijk). Vooral in Wallonië kunnen ze er wat van. Ik las laatst dit stukje op internet:
Waarom al die Waalse onderzoeken?
In Wallonië lieten patiënten in het eerste halfjaar aanzienlijk meer laboratoriumtesten uitvoeren dan in Vlaanderen. Het verschil in gebruik van deze klinische biologie is zo groot geworden dat de controledienst van Inami/Riziv er nu een onderzoek naar begint. Dat meldt het vakblad De Huisarts. Het is al een oud strijdpunt in de medische kostenverdeling binnen België. De Walen maken per persoon meer medische kosten, en daar betaalt Vlaanderen aan mee.
Ik krijg morgen vast en zeker een antibioticakuurtje.
Permalink
1 Reactie