Groeten uit de rimboe

13 mei 2008 at 10:56 pm (Lisa's leven in Luik!) (, , , , , )

Afgelopen weekend waren - heel toevallig - Benjamins drie beste vrienden weer even in België. De een, Yougo, woont al een paar jaar in de jungle in Frans Guyana. Antoine sinds een jaar of twee in San Francisco. En Bertrand is een paar maanden geleden vertrokken naar Zuid-Frankrijk. Zondag was er een vrienden-bij-elkaar-kom-dag, in de tuin bij de ouders van Yougo, vlak bij Charleroi. Lekker eten, drinken en kletsen in de volle zon met zo’n vijftien volwassenen en tien kinderen, in de leeftijd van drie weken tot zeven jaar. Ja: druk dus!
Het eerste wat ik zag, toen we arriveerden, was dit. Dit lag gezellig in de keuken op ons te wachten:

Ik weet zeker dat ik dat in Nederland nooit zou zien, zo’n half varken dat klaarligt om verorberd te worden. Niemand die er hier gek van opkijkt, behalve ik. Ik stond dan ook meteen als een soort toerist een foto te maken : ) Omdat ik een hypocriete semi-vegetariër ben, heb ik er niet van gegeten. Wél heb ik een hamburger genomen, maarja, in zo’n mooi rondje herken je geen beest. Overige sfeerfoto’s van de middag:


Kijk, dát is dan wél weer lekker!


Dochterlief Evy.


Dochterlief Mara.


Een hamburger, dat is nooit een beest geweest.


Kindje hier, kindje daar, kindjes kindjes overal.

Permalink 4 Reacties

Sociaal leven

9 januari 2008 at 11:58 pm (Lisa's leven in Luik!) (, , )

Ik heb geen vrienden in Liège. Het schijnt dat het drie jaar kan duren voordat je een nieuwe ‘kring’ om je heen hebt verzameld. Tot die tijd zal ik het moeten doen met mijn contacten in de bus, in de supermarkt en op school. De kinderen bij Mara in de klas vinden mij supertof; kijk, da’s al een goed begin.

Vandaag toch een paar fijne social moments beleefd. Bij de bushalte stonden Mara en ik samen met een man in een rolstoel die ik wel vaker heb gezien. Ik denk dat hij spastisch is; hij duwt zichzelf in zijn rolstoel met één voet voort, ACHTERSTEVOREN. Zo iemand kun je niet missen en nu stonden we (althans, hij zat) samen bij dezelfde halte. Toen de bus kwam, keek hij mij verwachtingsvol aan en ik vroeg of hij deze bus moest hebben. Zijn antwoord was onverstaanbaar, maar het leek erop dat hij mee moest, dus probeerde ik hem naar binnen te rollen. Da’s nog niet zo eenvoudig in je eentje. Uiteindelijk bood een andere mevrouw de helpende hand en samen kregen we de man de bus in.

In de bus werd ik aangesproken door een Duitse toeriste en haar schele zoon. Ze had me waarschijnlijk Nederlands horen praten, want ze vroeg heel hoopvol of ik Duits sprak. Duitsers zijn net zo erg als Walen; ze spreken ook geen enkele andere taal. ‘Ein biesjen’, antwoordde ik geheel naar waarheid. Of ik haar kon vertellen waar er iets leuks te zien was in Luik. Ze waren bij de VVV geweest, maar daar sprak niemand Duits. Ze hadden haar een plattegrond in de hand geduwd, daarop ‘Bus 1′ geschreven en haar de deur gewezen. Maarja, met bus 1 kun je alle kanten op, dus wáár moesten ze nou toch naartoe? Ik stamelde wat in het Duits en het was echt ongelooflijk hoe slecht dat ging, ik wilde steeds overschakelen naar het Frans (op zich een goed teken, aangezien ik voor eeuwig en altijd in Luik blijf wonen). Maar toch hè… Zes jaar Duits op het vwo gehad…

De man in de rolstoel heeft al die tijd met een vage glimlach op zijn gezicht zitten meeluisteren. Misschien is-ie wel Duits. Ik zal ‘t nooit weten, maar ik heb ‘m vriendelijk gedag gezegd toen ik de bus verliet.

Permalink 5 Reacties