Mijn weekend: de tweede Nederwalenluikenarenborrel was een grote flop. Om te beginnen had ik de lokatie niet goed uitgekozen. Ik kwam binnen en de keiharde heavy-metal-shit kwam me tegemoet. Ten tweede hebben een paar mensen gedacht dat het een groots opgezette borrel was met medewerking van de bediening in het desbetreffende café. Die bediening (hippe, alternatieve, ongeïnteresseerde meisjes) wist van niks, want we zouden gewoon met een mannetje of 10 een borrel drinken. Daarom zijn we met een paar mensen langs elkaar heen gelopen, omdat ik in m’n eentje aan een tafel zat en die mensen mij niet kenden. Volgende keer zal ik het anders doen!
Vanmorgen lag ik heerlijk warm en comfortabel in bed, toen Benjamin tot op het bot verkleumd thuis kwam. Hij en zijn vrienden zijn dus een uurtje buiten Luik in de natuur gaan slapen. Zonder tent. En niet zomaar in het bos, zoals ik eerst dacht. Ze hebben midden in de nacht nog een paar afdalingen met klimgerei moeten maken, omdat ze in een soort grot/klif wilden slapen. Nadat ze daar na veel gedoe eindelijk arriveerden, bleek de klif te schuin te lopen om daar goed te kunnen liggen en hebben ze nog verder moeten afdalen. Om half vijf waren ze dan ter plaatse om vervolgens (het was -12) te vernikkelen van de kou in een slaapzak, ondanks thermo-ondergoed, mutsen, tien lagen kleding en bergschoenen nog aan. Het heeft, toen hij thuis was, uren geduurd voordat hij was opgewarmd. Maar Benjamin zou Benjamin niet zijn als hij niet van deze hele ordeal had genoten. ‘Het was prachtig! De sneeuw, de sterren!’
Mij zou je niet erger kunnen straffen.