Een tijd geleden had ik foto’s geplaatst van mijn straat, omdat het zo’n zooitje is. Trouwe lezers weten dat ik uiteindelijk ben uitgenodigd om met de wethouder, echevin Schroyen, te komen praten. Onlangs kreeg ik een reactie op een oud blogstuk van mij. Jan uit Luik schreef:
“He he zo erg is het allemaal niet hier in Luik…
En als het zoveel beter is in Holland waarom blijf je er dan niet?”
Dit is dus in de categorie: als je het hier niet bevalt, rot dan op naar je eigen land. Die reactie heb ik al eerder gekregen. Mijn computer herkende de persoon die deze reactie had geplaatst en dat was niét ene Jan, maar een Vlaamse mevrouw die ik wel eens heb ontmoet. Nou heb ik wel eens over het vooroordeel gehoord dat Vlamingen sneaky kunnen zijn; nou, dit is wel een goed voorbeeld
(voordat ik alle Vlamingen op m’n dak krijg: ik ken best een paar leuke Vlamingen hoor!)
Ik ben vandaag even mijn straat ingelopen om wat foto’s te maken, omdat het nog steeds een zooitje is. Ik vind het vervelend; elke keer als ik de deur uitstap, sta ik andermans op straat gesmeten rommel (of natuurlijk achtergelaten hondendrollen). Hier een paar fotootjes om ‘Jan’ te laten zien dat het heus NIET meevalt. Althans niet bij mij in de straat. Ik weet dat Luik hard zijn best doet als het om toeristen gaat. De trots van Luik, het Curtius-museum, ligt hier vlakbij en daar is het smet-te-loos. Schoonmaakkarretjes rijden de hele dag af en aan, om de straat ervoor netjes te houden en het pleintje met de kerk ook. Deze lokatie eindigt nou eenmaal op vele foto’s. Een halve kilometer verderop, bij mij in de straat dus, is het een eeuwige chaos. Kijk maar ‘Jan’!












