Rond deze tijd mis ik Nederland een beetje. Of eigenlijk: ik mis de Nederlandse Sinterklaas! Ik heb al eens geschreven over mijn teleurstellende ervaringen met Sinterklaas hier (Klik en Klik). Sinterklaas gaat er hier heel anders aan toe. Minder uitbundig, minder feestelijk. Vanmorgen heb ik ‘t nog met een leerling over de verschillen tussen de Belgische Sint en de Nederlandse Sint gehad. De Belgische Sint – of misschien beter: de Waalse Sint – woont ergens in de lucht (zo kan hij dus alle kinderen goed in de gaten houden). Hij komt met de helikopter naar beneden met zijn ene Zwarte Piet. Dat is overigens een gemene vent. En Sint heeft een ezel. (even voor de Belgische lezers: de Nederlandse Sint komt met een stoomboot vol cadeaus vanuit Spanje naar Nederland en heeft honderden Pieten – soort clowns – en Sint rijdt op een wit paard)
Gisteren was er in het Palais de Congrès de jaarlijkse Sinterklaasviering. Al het geld dat wordt opgebracht, wordt gebruikt om cadeautjes te kopen voor kinderen die lange tijd in het ziekenhuis verblijven. Goed, we komen dus de feestzaal binnen. Beetje een saaie, kale boel, om het zachtjes uit te drukken. Geen muziek, geen dollende pieten, nergens feestelijke versiering, alleen achter in de hoek een Sinterklaas die er wel zó nep uitzag, dat Evy direct riep: ‘Maar dat is niet de échte Sinterklaas!’ Ik zei maar dat ze gelijk had. De kinderen hebben zich best vermaakt hoor, met een luchtkussen en schmink en kleien, maar een Sinterklaasfeest, dat was het niet!
Er was een nummertjessysteem om even bij de goedheiligman te mogen komen, maar dat werkte niet. Ouders pushten hun kinderen naar voren, ongeacht of ze aan de beurt waren of niet. Wij hebben gewacht tot de lange rij weg was en zo waren Evy en Mara als allerlaatsten aan de beurt. Met het volgende kiekje als restultaat:
Ik moet elke keer weer lachen als ik die Sint zie








