Gisteren heb ik de hand geschud van de burgemeester van Luik. Ik was namelijk door wethouder Schroyen uitgenodigd op het stadhuis, om daar de prijsuitreiking bij te wonen van ‘Wie heeft het beste idee om Luik schoon, fijn en gezellig te maken’ (vrije vertaling van mijn kant). Om vijf uur zou het festijn beginnen; ik was aan de late kant en verwachtte een volle zaal binnen te stappen, maar toen ik de ruimte in liep (een enorme ontvangsthal met hoog, bewerkt plafond), stond er slechts een handjevol mensen. De wethouder herkende mij nog, zo ook zijn medewerker.
Toen alle prijswinnaars er waren, begon de wethouder zijn praatje. Hij bedankte ons voor onze komst en herhaalde zijn woorden voor mij in het Nederlands, wat ik wel kon waarderen. Vervolgens praatte hij over Luik, mensen die het verschil maken, blablabla, ik heb helaas niet alles begrepen (ik moet écht aan mijn Frans werken). Ik voelde me een beetje ongemakkelijk. Het was duidelijk dat ze veel meer mensen hadden verwacht en niet alleen de prijswinnaars, tien medewerkers van het stadhuis en Lisa. Toen was het moment van de uitreiking. De winnaars liepen naar voren (de grote, lege zaal door) en kregen van de assistent van de wethouder (die voor deze gelegenheid zijn jas niet eens had uitgetrokken) een prijs. Wat de winnaar van de eerste prijs had bedacht, heb ik óók niet helemaal begrepen. Iets met kinderen en ecologie.
Deze wedstrijd is een goed idee, maar er is blijkbaar meer voor nodig om hier veel mensen enthousiast voor te maken… En misschien kan de assistent de volgende keer even zijn jas uittrekken.




