Ik ben dus officieel geëmigreerd. Niet zo heel ver weg, maar tóch. Er komt meer bij kijken dan je denkt. Benjamin is al twee weken elke dag bezig met ‘dingen regelen’ (ik laat ‘t gráág aan hem over, hij spreekt tenslotte beter Frans). Dingen die we dus nog niet hadden geregeld toen we nog in Amsterdam woonden. Je moet je inschrijven in het land en de gemeente, je moet je auto ‘omzetten’ naar België (daarvoor moest Benjamin vanochtend helemaal naar het vliegveld rijden), je moet al je verzekeringen regelen, je kinderen officieel inschrijven bij hun nieuwe school, je gas en licht regelen, nieuwe bankrekeningen openen, internet/telefoon/televisie aanvragen, enzovoort enzovoort.
Dan is er nog het huis. Dit is een tijdelijk huis, ons ‘droomhuis’ moet nog gebouwd worden, maar we willen er wél een beetje leuk bij zitten. Dit tijdelijke huis is meer dan twee keer zo groot als ons huis in Amsterdam en we vragen ons nu af: wáár stond al die zooi in dat ieniemienie-eengezinswoninkje?! De kamer die we willen gaan gebruiken als logeerkamer staat tot de nok toe gevuld met onuitgepakte dozen. Met ’spullen’ en ‘dingen’. Af en toe til ik een klep op van zo’n doos en laat die vervolgens met een diepe zucht weer vallen. Ik weet werkelijk niet waar ik ‘t allemaal kwijt moet… En écht, we hebben al héél veel weggegooid!!!
Afgelopen zaterdag kwamen Bens zusjes Rebecca en Sarah helpen. Dat was fijn. Rebecca is binnenhuisarchitect en heeft een goed oog voor ‘indeling’. Ben en ik absoluut niet, dus we lieten haar lekker haar gang gaan en nu ziet de woonkamer er heel aardig uit. Ook de slaapkamer is er door Rebecca’s hulp op vooruit gegaan. Merci, Rebecca!